Zwangerschaps- en bevallingsverlof

Ben je zwanger en werk je of krijg je een uitkering? Dan heb je recht op zwangerschapsverlof en een zwangerschapsuitkering en na de bevalling op bevallingsverlof en een bevallingsuitkering. Het zwangerschapsverlof en bevallingsverlof duren in totaal minstens 16 weken. Het laatste deel van het bevallingsverlof mag gespreid worden over 30 weken. Een moeder krijgt extra verlof als haar baby lang in het ziekenhuis heeft gelegen.
 

Duur van het verlof:

Als werkneemster heb je recht op minstens 16 weken zwangerschaps- en bevallingsverlof. De datum waarop het zwangerschapsverlof ingaat, hangt af van de vermoedelijke bevallingsdatum. Vanaf 6 weken, maar minimaal 4 weken vóór de dag na de bevallingsdatum mag je verlof opnemen. Je hebt altijd recht op minstens tien weken verlof na de bevallingsdatum, ook al wordt de baby later geboren dan verwacht. Wil je toch eerder aan de slag? Dan mag dat pas 42 dagen na de bevallingsdatum.

  • Baby te vroeg geboren

Is de baby te vroeg geboren, dan tel je de dagen dat het zwangerschapsverlof korter duurde dan 6 weken op bij het bevallingsverlof. De totale verlofperiode is immers altijd 16 weken.

Een voorbeeld: Je stopt 6 weken voor de uitgerekende datum met werken. De baby wordt 1 week voor die datum geboren. Je hebt dan recht op 5 weken zwangerschapsverlof en 11 weken bevallingsverlof. In totaal heb je daarmee 16 weken verlof.

  • Baby te laat geboren

Wordt de baby te laat geboren, dan tel je de dagen tussen geboorte en uitgerekende bevallingsdatum op bij de termijn van 16 weken. De totale verlofperiode duurt dan langer dan 16 weken.

Een voorbeeld: Je stopt 6 weken voor de uitgerekende datum met werken. De baby wordt 2 weken na deze datum geboren. Je hebt dan 8 weken zwangerschapsverlof en 10 weken bevallingsverlof. In totaal heb je dan recht op 18 weken verlof.
 

Hoe wordt het verlof opgenomen:

Je mag zelf bepalen of je het verlof de zesde, vijfde of vierde week voor de vermoedelijke bevallingsdatum laat ingaan. Dit dien je uiterlijk 3 weken voor de ingangsdatum te melden. Word je echter ergens in de periode van 6 weken voor de uitgerekende datum ziek, dan gaat het verlof automatisch in, ook al heb je oorspronkelijk een latere ingangsdatum gepland. Als de bevalling later plaatsvindt dan op de uitgerekende datum, kun je toch aanspraak maken op 10, 11 of 12 weken verlof na de bevalling. Hierdoor kan het maximum van 16 weken overschreden worden. Wanneer de bevalling vóór de uitgerekende datum plaatsvindt, behoud je alsnog het recht op 16 weken verlof.

Je dient een verklaring van de verloskundige te overleggen aan je werkgever omtrent de vermoedelijke bevallingsdatum. Dit is de basis voor de afspraken rondom het zwangerschaps- en bevallingsverlof.

  • Gespreid opnemen van het verlof

Sinds 1 januari 2015 kun je de laatste periode van het bevallingsverlof in delen opnemen. Het gaat om het verlof dat na 6 weken na de datum van de bevalling overblijft.

Dit deel van het verlof kun je gespreid over een periode van maximaal 30 weken opnemen. Dit in overleg met de werkgever. Je dient dit uiterlijk 3 weken na het begin van het bevallingsverlof aan te vragen bij je werkgever. Binnen 2 weken dient je werkgever op dit verzoek te reageren.

De totale duur van het verlof verandert hierdoor niet. Ook de uitkering en de manier van uitbetaling blijft hetzelfde. UWV betaalt de uitkering uit alsof het verlof in een aaneengesloten periode wordt opgenomen.
 

Wat als het misgaat tijdens de bevalling:

Iedereen hoopt natuurlijk op een voorspoedige bevalling en een gezond kind. Helaas loopt het ook wel eens anders af. Als het kind dood geboren wordt of overlijdt vlak voor of na de bevalling, heeft de moeder gewoon recht op (tenminste) 16 weken zwangerschaps- en bevallingsverlof. Dit geldt altijd als de zwangerschap tenminste 24 weken heeft geduurd. Als er bij een kortere zwangerschapsduur een miskraam optreedt, geldt een recht op een uitkering van 100% van het (dag)loon. Het is namelijk ziekte in verband met zwangerschap en bevalling. Hoe lang men deze uitkering ontvangt, is afhankelijk van de duur van de ziekte.

  • Doorbetalen loon:

NEE geen loon/JA wel uitkering

Tijdens het zwangerschaps- en bevallingsverlof bestaat er geen recht op loon. In feite is er sprake van onbetaald verlof. Je hebt echter wel recht op een uitkering. Deze uitkering moet via je werkgever worden aangevraagd bij het UWV. Uitbetaling kan direct aan jou of via je werkgever lopen. De hoogte van de uitkering is gelijk aan het loon, tenzij je meer verdient dan het maximale dagloon zoals in de Coördinatiewet Sociale Verzekeringen is opgenomen. Dan geldt het maximale dagloon.
 

Ziekte tijdens de verlofperiode

Word je voor of na het zwangerschaps- of bevallingsverlof ziek door de zwangerschap of bevalling? Dan vraagt je werkgever een ziektewetuitkering voor je aan.

Word je tijdens het verlof ziek door de zwangerschap of bevalling? Dan verandert er niets aan de uitkering.

Word je ziek binnen 6 weken voor de uitgerekende bevallingsdatum terwijl je nog niet met zwangerschapsverlof bent? Dan gaat het verlof automatisch in en heb je meteen recht op een zwangerschapsuitkering.
 

Aanvragen van het verlof:

Je dient je werkgever te informeren over de datum waarop je denkt te bevallen. Deze datum staat aangegeven op een schriftelijke verklaring die je van je verloskundige of arts ontvangt. Je dient deze verklaring aan je werkgever te geven.

3 Weken voordat het zwangerschapsverlof ingaat, dien je dit door te geven aan je werkgever. Doe je dit niet op tijd, dan kan je werkgever het verlof weigeren.

Als de baby is geboren, dien je dit binnen 2 dagen door te geven aan je werkgever.
 

Kan je werkgever het verlof weigeren:

NEE

Je werkgever kan zwangerschaps- en bevallingsverlof niet weigeren.

Je werkgever mag het alleen weigeren als het bedrijf ernstig in de problemen komt.
 

Vakantiedagen tijdens het verlof

Je levert tijdens dit verlof geen vakantiedagen in en de opbouw van vakantiedagen en vakantiegeld gaat gewoon door.
 

Extra bevallingsverlof na ziekenhuisopname baby:

Heeft de pasgeboren baby langer dan een week in het ziekenhuis gelegen? Dan kan het bevallingsverlof maximaal 10 weken langer duren. Voorwaarde is dat het zwangerschapsverlof na 1 januari 2015 is ingegaan. Je hebt geen recht op extra verlof over de eerste week dat de baby in het ziekenhuis ligt. Als de baby bijvoorbeeld 2 weken in het ziekenhuis moet blijven, duurt het verlof 1 week langer.