20 nov
Wet arbeidsmarkt in balans (WAB)

Wet arbeidsmarkt in balans (WAB)

Op 1 januari 2020 verandert er een hoop: van het ontslagrecht tot de regels rond oproepovereenkomsten. Dan gaat namelijk de nieuwe arbeidswet in, de Wet arbeidsmarkt in balans. Hiermee wil het kabinet de kloof tussen vast en flexwerk verkleinen. Het overzicht van alle wijzigingen kwijt? Snappen we. Daarom zetten we alle wijzigingen nog eens op een rij. Zonder oordeel, in begrijpelijke taal én speciaal voor jou. De werknemer. Gewoon, zodat jij weet waar je aan toe bent. 

Ontslaggrond 

Wil je werkgever jou nu ontslaan? Dan moet hij daarvoor een van de acht wettelijke ontslaggronden aandragen en goed onderbouwen waarom jouw ontslag gerechtvaardigd is – dan noemen we het ontslag ‘voldragen’. Vindt hij bijvoorbeeld dat jij te vaak ziek bent? Dan moet hij hard maken dat dit echt zo is, én bewijzen dat dit de bedrijfsvoering schaadt. Met de WAB komt er een negende ontslaggrond bij, de zogenaamde ‘cumulatiegrond’: je werkgever kan een optelsom maken van meerdere ontslaggronden om hiermee tot ontslag te komen. Het wordt dus makkelijker om werknemers te ontslaan. 

Transitievergoeding 

Als je wordt ontslagen, heb je recht op een transitievergoeding. In de meeste gevallen krijg je recht op deze wettelijke ontslagvergoeding na twee jaar dienstverband. De hoogte van de vergoeding? Die hangt af van je brutomaandsalaris tijdens je laatste contract: vermenig het aantal halve dienstjaren met een bepaald deel van je laatste salaris, en je hebt de hoogte van je vergoeding. Nu is dit deel nog hoger als je langer dan tien jaar in dienst bent en/of ouder bent dan 50 jaar. Vanaf 1 januari krijg je altijd hetzelfde: 1/3 van je brutomaandsalaris per volledig jaar in dienst. In veel gevallen valt de transitievergoeding hierdoor lager uit. Wel krijg je er recht op vanaf je eerste werkdag. 

Ketenregeling 

Heb je meerdere tijdelijke contracten achter elkaar bij dezelfde werkgever, met een maximale tussenpoos van zes maanden? Dan is er sprake van een keten. Nu mag deze keten drie contracten lang zijn, in maximaal twee jaar tijd. Wordt of duurt de keten langer, dan krijg je in de meeste gevallen automatisch een contract voor onbepaalde tijd. Vanaf 1 januari verandert deze ketenregeling: je mag nog steeds drie tijdelijke contracten krijgen, maar deze mogen worden uitgesmeerd over drie jaar. Het duurt dus langer voordat je recht hebt op een vast contract. 

Werk je in de tuincentrumbranche, en kun je door klimatologische of natuurlijke omstandigheden maximaal 9 maanden per jaar werken? Dan is de tussenpoos niet zes maanden, maar drie. 

Oproepovereenkomst 

Heb je een nuluren- of min-maxcontract? Dan is er niets wettelijk bepaald over jouw contractvorm. Daar komt verandering in: er komt een duidelijke beschrijving van de oproepovereenkomst in het Burgerlijk Wetboek. Daarnaast komen er een paar regels in de wet. Zo moet je werkgever jou minimaal vier dagen van tevoren oproepen voor werk, en geldt dezelfde termijn voor werk afzeggen. Zegt je werkgever jouw dienst niet op tijd af? Dan krijg je wel betaald. En duurt je oproepwerk twaalf maanden, dan moet je werkgever jou een aanbod doen met vaste uren. 

WW-premie 

In Nederland dragen werkgevers voor elke werknemer een WW-premie af. De hoogte hiervan hangt af van de sector. Vanaf 1 januari is deze premie voor elke sector gelijk, en hangt de hoogte af van het type contract. Een contract voor bepaalde tijd is voor een werkgever ‘duurder’ dan een contract voor onbepaalde tijd. Primair is dit natuurlijk een zaak voor je werkgever. Maar het is mogelijk dat jij iets merkt van het verwachte personeelsprobleem in seizoensgebonden sectoren. Denk aan de fruit-, groente- en tuincentrumsector. 

Payrolling 

Werk jij als payroller bij een organisatie? Dan krijg jij vanaf 1 januari dezelfde of vergelijkbare arbeidsvoorwaarden als collega’s die vast in dienst zijn. Van salaris tot dertiende maand, winstdeling en vakantiedagen. Vanaf 2021 komt er bovendien een adequate, vergelijkbare pensioenregeling voor payrollers.